Rasstandaard Welsh Springer Spaniel
Elk hondenras kent een rasstandaard - een soort blauwdruk van de ideale rasvertegenwoordiger.
Deze standaarden worden opgesteld en beheerd door het land van herkomst van het desbetreffende ras.
Voor de Welsh Springer Spaniel is dat Groot-Brittannië.
De FCI (Fédération Cynologique Internationale) fungeert als overkoepelende organisatie in de wereld van rashonden.
Zij erkennen nieuwe rassen, keuren rasstandaarden goed en zorgen voor wereldwijde publicatie.
De Welsh Springer Spaniel is ingedeeld in FCI rasgroep 8: Retrievers, Spaniels en Waterhonden, sectie 2 (Speurhonden). Rasstandaard nummer 126.
De laatste editie dateert van 28 juli 2009.
Meer informatie: www.fci.be

Gebruik
De Welsh Springer Spaniel is een speurhond (flushing dog), gefokt voor het opjagen van wild.
Algeheel beeld
Een symmetrische, gedrongen hond, niet hoog op de benen, in bouw duidelijk berekend op uithoudingsvermogen en hard werk. Hij heeft een vlot en levendig gangwerk met veel stuwing en kracht.
Karakter en gedrag
De Welsh Springer Spaniel is van zeer oude en zuivere oorsprong. Het ras kenmerkt zich door een sterk, vrolijk en zeer levendig karakter. Vriendelijk van aard, zonder sporen van agressie of nervositeit.
Uiterlijke kenmerken
Hoofd en schedel
De schedel is evenredig in lengte en enigszins gewelfd, met een duidelijk aangegeven stop en goed besneden onder de ogen. De voorsnuit is van middelmatige lengte, recht en tamelijk vierkant.
De neusgaten zijn goed ontwikkeld en variëren van vleeskleurig tot bruin of donker.
Ogen
Hazelnootkleurig of donker, middelmatig groot, noch uitpuilend noch diepliggend. Het onderste ooglid mag niet uitzakken.
Oren
Matig laag aangezet en dicht tegen de wangen hangend. In verhouding klein en geleidelijk smaller wordend naar de punt, enigszins in de vorm van een wijnblad.
Gebit
Sterke kaken met een perfect, regelmatig en compleet schaargebit, waarbij de boventanden vlak over de ondertanden heen sluiten en recht in de kaak zijn geplaatst.
Hals
Lang en gespierd, zonder keelhuid, goed overgaand in schuin liggende schouders.
Lichaam
Het lichaam is niet lang, maar sterk en gespierd met een diepe borst en goed gewelfde ribben. De lengte van het lichaam moet in goede verhouding staan tot de beenlengte. De lendenen zijn gespierd en licht gewelfd, goed overgaand in de achterhand.
Voorhand
De voorbenen zijn van middelmatige lengte, recht en met stevige botten.
Achterhand
Sterk en gespierd, breed met goed ontwikkelde onderbenen. De achterbenen hebben stevige botten en goed geplaatste sprongen. De kniegewrichten zijn matig gehoekt en draaien noch naar binnen noch naar buiten.
Voeten
Ronde, stevige kattenvoeten met dikke zolen. Niet te groot en geen spreidvoeten.
Staart
Goed aangezet en laag, nooit boven de ruglijn gedragen. Levendig in beweging. De staart is bevederd en in balans met de rest van de hond. (Vroeger werd de staart gewoonlijk gecoupeerd, maar dit is tegenwoordig niet meer toegestaan.)
Gangwerk
Soepele, krachtige, wijd uitgrijpende beweging, stuwend vanuit de achterhand.
Vacht/Beharing
Sluik of glad, van dichte, zijdeachtige structuur. Nooit stug of golvend. Een gekrulde vacht is zeer ongewenst. De voorbenen en achterbenen boven de hakken zijn matig bevederd, oren en staart licht bevederd.
Kleur
Alleen dieprood en wit.
Maat
Fouten
Elke afwijking van de bovengenoemde punten moet als een fout worden beschouwd. De ernst van de fout moet in verhouding staan tot de mate waarin de afwijking zich voordoet en de gevolgen ervan voor de gezondheid en het welzijn van de hond, evenals het vermogen om het oorspronkelijke werk uit te voeren.
Diskwalificerende fouten
Opmerking
Reuen moeten twee normaal ontwikkelde, volledig in het scrotum ingedaalde testikels hebben. Alleen functioneel en klinisch gezonde honden met een rasspecifieke bouw mogen voor de fokkerij worden gebruikt.
Quarterback From Kind of Magic (reu)
Yoko Ono From Kind of Magic (teef)
Copyright © Alle rechten voorbehouden